Als afsluiter van onze twee lesweken gevuld met maatschappelijke topics, werd er een groots debat georganiseerd. Leo de Vos, die de taak van moderator vervulde, begon met de leden voor te stellen: Frank Raes, Aimé Antheunis, Kris Meertens, François Colin en Peter Vandenbempt. Hierna stelde hij de vraag wat een goede sportjournalist allemaal moet kunnen. De meningen kwamen overeen. Vooral kunnen omgaan met stress, kunnen relativeren en er volledig voor gaan bleken vereisten.
Als leden van verschillende organisaties (kranten, tv, radio), konden de sprekers vanuit hun eigen expertise invalshoeken geven over de gestelde vragen. Dit leidde dan ook soms tot interne debatten, nog voor het eigenlijke ‘vragenuurtje’ was begonnen. Dit vond ik grappig.
Andere thema’s zoals concurrentie binnen het journalistencircuit, de commercialisering van de sport en de band tussen sportjournalisten en sportbeoefenaars werden ook besproken. Met de nodige eloquentie duidden de ‘professionals’ hun meningen. Af en toe werden we getrakteerd op een mopje of een grappige anekdote. Het is voor mij duidelijk geworden dat, ondanks het harde werk dat nodig is in een beroep als journalist, er ook wat mag (en wordt) afgelachen op momenten.
Toen het tijd was om vragen te mogen stellen, grepen veel medestudenten al snel hun kans. Op Nick’s vraag hoe je moet beginnen in de sportjournalistiek, antwoordde Frank Raes dat je je niet mag focussen op een sporttak, maar dat je je als “all-rounder” moet opstellen en overal een graantje kennis moet meepikken. Het gesprek werd even voor het afgesproken uur afgesloten en ik heb de indruk dat enkele interessante vragen beantwoord zijn en dat wij als journalisten in spé “spelenderwijs” weer wat nuttige informatie hebben gekregen.