
Gisteren ben ik District 9 gaan zien in de cinema in Antwerpen. Het betrof een matineevoorstelling, om 11u. Ik moest €5,10 betalen, wat weinig is als je die prijs vergelijkt met de prijzen in andere bioscoopzalen. In Gent maak je Kinepolis per film al snel €8,5 rijker, maar dat betreft dan een avondvoorstelling. In Antwerpen is de prijs van een gewoon ticket eerder €6,5, wat Kinepolis een kwart duurder maakt. Daarbij vind ik de architecturale eigenschappen van het UGC gebouw mooier dan dat van Kinepolis in Gent, hoewel ik die mening ongetwijfeld heb omdat het laatstgenoemde cinemacomplex de afgelopen maanden drastische verbouwingwerken had.
Ik was de eerste in de zaal, en ook bijna de laatste. De zaal werd immers uiteindelijk bevolkt door een vijftal personen, die op de koop toe zo ver mogelijk uit uit elkaar gingen zitten. Was dat omwille van eerdere slechte ervaringen met medemovie-goers? Dat was het geval voor mij. Ik krijg de weuben van lawaaimakers tijdens de film, tenzij ik zelf het lawaai aan het maken ben. Maar dat probeer ik te vermijden. Het is natuurlijk ook niet oninbeeldbaar dat de vier andere mensen in de zaal allemaal Mexicaanse griep hadden en even voor 11u beslisten om uit bed te rollen en nog een filmpje mee te pikken. En bekommerd om hun medemens als zieke mensen zijn, wilden ze ze niemand besmetten en dus verspreidden ze zich over de uithoeken van de zaal. En toen werd het donker.
District 9 gaat over ruimtewezens die landen boven een stad in Zuid-Afrika. In tegenstelling tot bijna alle Hollywoodfilms komen de aliens voor eens geen keet schoppen. Sterker nog, twintig jaar sinds het eerste contact leven de 1.8 miljoen ‘garnalen’ (hun bijnaam, omdat ze zo hard op paarden, euhm, garnalen lijken) in een afgesloten achtergestelde buurt vlak onder de plaats waar hun ruimteschip nog altijd hangt te zweven. Maar ik loop te ver vooruit. Voor ik de film ging zien, wist ik enkel de eerste zin van vorige paragraaf, meer niet. Mijn verwachtingen voor de film waren dus gebaseerd op die kennis. Maar niet alleen daar op. Deze filmbespreking zou niet volledig genoeg zijn zonder mijn verwachtingen voor de film te vermelden. Het zit namelijk zo dat alvorens ik een film ga kijken in de cinema, ik wil weten of hij de tijd en het geld zal waard zijn. Hiervoor baseer ik mij op recensies online (RottenTomatoes.com), commentaar van vrienden, eventueel trailers en uiteraard de filmposter. Mijn verwachtingen waren hooggespannen omwille van algemeen lovende kritieken, vooral online. Tot ik via mijn vriendin hoorde dat iemand op facebook had gepost dat hij de film overroepen vond en dat hij de hype niet goed snapte. Ik geef weinig waarde aan uitspraken op facebook, tot ik later ontdekte dat de poster van de commentaar iemand was aan wiens mening ik wel belang hechtte. Hij bestempelde de film als 1/3 documentaire, 1/3 experimentele sc-fi en 1/3 Michael Bay. Dit deed bij mij al behoorlijk grote alarmbellen afgaan. Want als er iets is dat ik niet kan appreciëren, dan is het een film die niet weet welk soort film hij wilt zijn. Mijn verwachtingen lagen dus wel wat lager.
En terecht. De film was een mengelmoes van stijlen en overtuigde nergens, ondanks een stevig begin. Het einde was niet volledig cliché, maar verrassen doet de film helemaal niet. De actiescenes in het laatste half uur waren op zich geslaagd, maar pasten gewoon niet in de rest van de film. Het is jammer, want er zat veel meer in 6/10.
[UPDATE]
In augustus 2010 heb ik de film opnieuw bekeken en mijn voorspelling bleek te kloppen, want ditmaal vond ik hem veel beter, omdat ik wist wat ik inhoudelijk mocht verwachten. Als u vind dat dat een stomme reden is, geef ik u geen ongelijk, want een echte filmfan hoort ten allen tijde open te staan voor een originele aanpak. Laat het een lesje zijn, Louis.
Ik geef District 9 ditmaal een robuuste 8,5/10.



