Dubbellevens
Geheime visites brengen aan de dames van plezier volstaat niet en zelfs als P-journalist stiekem Humo lezen komt niet in aanmerking. Om van een volwaardig dubbelleven te spreken, leggen we de lat hoog. Meteen ook de reden waarom de eigenaars van een authentiek extra bestaan er vaak aan onderdoor gaan.
Een dubbelleven ontstaat doorgaans vanuit een diepe drang. Het is iets dat spontaan met je mee groeit. Meestal uit het zich het op onschuldige wijze, maar in zeldzame gevallen kan het afschuwelijke gevolgen hebben. Toch leiden sommige mensen ook vrijwillig een extra bestaan, omwille van bijvoorbeeld financiële problemen of omdat hun vaderland hen nodig heeft. Wat de oorsprong ook moge zijn, de meeste dubbellevens lopen slecht af. Vraag maar aan deze mannen.
HET GRUWELIJKSTE
John G. was een gewiekste, hardwerkende aannemer en een toegewijde echtgenoot. Hij organiseerde graag grote feesten voor zijn buren en collega’s. Vooral kinderen entertainen als Pogo de clown is iets waar hij dol op was. Het was wel vreemd dat hij als clown zijn mondhoeken in een scherpe rode punt schminkte en niet bol, zoals zijn collega’s deden om de allerkleinsten niet bang te maken. Maar John Wayne Gacy was dan ook geen gewone grappenmaker. Tussen 1972 en 1978 heeft deze harlekijn uit de hel namelijk 33 mannen vermoord tussen de 9 en de 21 jaar oud. Daarmee is hij een van Amerika’s meest productieve seriemoordernaars ooit. Gacy liet zijn slachtoffers, voornamelijk mannelijke prostitués, handboeien dragen onder het voorwendsel dat het om nepkettingen ging die hij gebruikte tijdens zijn act als clown. Daarop moesten de jongens dan proberen te ontsnappen. Na enkele minuten leedvermaak verkrachtte en wurgde hij zijn weerloze slachtoffers. Hij verstopte de dode lichamen in de kruipkelder onder zijn huis. De modus operandi van Gacy klinkt absurd, maar bewijst terstond hoe meesterlijk hij als manipulator wel niet was. Het onschuldige masker dat zijn monsterlijke uiterlijk verborg, viel steeds pas af als het al te laat was. Pas na een zes jaar durend onderzoek kwam in 1978 eindelijk een einde aan het schrikbewind van Gacy. Toen de politie kwam rondneuzen bij zijn huis, stortte hij in en bekende hij alle moorden.
Uit de verklaringen kort na zijn arrestatie blijkt dat Gacy geloofde dat er maar liefst vier Johns in hem zaten: John de aannemer, John de clown, John de policitus en John de moordenaar. Zijn advocaten probeerden hem tijdens zijn proces dan ook vrij te krijgen op basis van het feit dat hij een paranoïde schizofreen was die kampte met een dissociatieve identiteitsstoornis. Dat zijn grote woorden voor ‘hij kon er niet aan doen’, maar de jury slikte het niet. In 1994 werd de killer clown terechtgesteld met behulp van dodelijke injectie. In de jaren dat hij nog op death row zat, heeft Gacy in de cel nog tientallen zelfportretten van zichzelf als Pogo de clown geschilderd, zijn favoriete alter ego. De bekendste eigenaar van zo’n schilderij was acteur Johnny Depp. Die verkocht het doek evenwel zodra zijn coulrofobie, angst voor clowns, opnieuw de kop opstak. Als we Pogo eens goed bekijken, kunnen we het hem niet kwalijk nemen.(foto van gacy als clown moet erbij)
HET MEEST PROFESSIONELE
Het klassieke voorbeeld van iemand die een dubbelleven leidt, is een spion. Om zich gedurende lange perioden te hullen in een dekmantel van leugens, putten sommige dubbelagenten kracht uit hun ideologische overtuiging. De koning der beetnemers op dat vlak luistert ongetwijfeld naar de naam Pham Xuan An, een Noord-Vietnamees die twee decennia de schijn hoog hield in opdracht van het Noord-Vietnamese leger. Zijn verhaal begint in 1957, toen hij door zijn communistische oversten naar Californië werd gestuurd om journalistiek te studeren. Dankzij zijn radde Engelse tong en de begeesterende manier waarop hij sprak over de geschiedenis van zijn land, maakt hij snel carrière als verslaggever. Niet veel later trekt hij als officieel correspondent voor Reuters en Time Magazine naar Zuid-Vietnam. Alles verloopt perfect volgens het plan. Ondertussen smeedt An ook in recordtempo overal vrienschappen dankzij zijn innemende persoonlijkheid. Na enkele jaren beschikt hij daarom over een netwerk van contactpersonen om u tegen te zeggen. Hij kan rekenen op het vertrouwen van hooggeplaatste CIA-agenten en beschouwt enkele vooraanstaande Zuid-Vietnamese politici en generaals als kameraden. Al dat voorbereidende werk begint zijn vruchten af te werpen zodra de VS mee in de Vietnamoorlog stapt, als bondgenoot van het Zuidelijke landsdeel. An kan dan als bondgenoot en zogezegd verwoed anti-communist de hand leggen op veel vitale informatie. Hij fotografeert ook ’s nachts vertrouwelijke documenten die vanuit de toenmalige Zuid-Vietnamese hoofdstad Saigon werden gesmokkeld. Tot de kust veilig is, verstopt hij de filmrolletjes in de buiken van rottende vissen. Ans spionageproefstuk zorgt voor een kantelmoment in de oorlog in 1963. Met de hulp van zijn contactpersonen ontdekt hij dat het Amerikaanse leger een militaire strategie had ontwikkeld die met behulp van helicopters een antwoord bood op de guerillatactieken van de Vietcong. De dubbelagent licht meteen zijn chefs in, waarop de communistische generaals hun tactiek grondig bijsturen. Dat mist zijn effect niet. Tijdens de slag in het dorp Ap Bac, op zo’n 30km van Saigon, haalt de Vietcong vijf Amerikaanse helicopters neer en maaien ze ook de Zuid-Vietnamese troepen neer. Als de oorlog in 1975 definitief in het voordeel van het Noorden wordt beslist, keert An huiswaarts, zijn dekmantel nog steeds intact. Hij wordt als held gelauwerd omwille van zijn onschatbare bijdragen, maar de ex-spion wordt toch onder huisarrest geplaatst. Zijn voormalige opdrachtgevers uit Hanoi vrezen namelijk dat hij was gecorrumpeerd na de jarenlange blootstelling aan kapitalisme. An gaf namelijk ook toe best gecharmeerd te zijn door de Amerikaanse levenswijze. s’ Werelds beste chameleon bezwijkt in 2006 uiteindelijk thuis aan een longontsteking. Tenzij dat natuurlijk een alibi was om elders een derde leven te beginnen.
HET VROUWELIJKSTE
John Edgar Hoovers initialen lezen JEH, maar eigenlijk ook FBI. De Amerikaan met het pitbullgezicht stond namelijk bijna vijftig jaar aan het hoofd van de Federal Bureau of Investigation, tot zijn dood in 1972. Onder zijn beleid groeide de kleinschalige instelling uit tot een gigantisch onderzoeksbureau dat op internationaal vlak jacht maakt op misdadigers. Toch was Hoover een erg omstreden figuur. Hij stond erom bekend de rechtsbevoegdheid van de FBI met regelmaat te misbruiken, bijvoorbeeld om politieke tegenstanders en activisten lastig te vallen. Liefst vier presidenten hebben geprobeerd hem af te zetten, maar Hoover trok telkens aan het langste eind. Hij maakte er ook een persoonlijke zaak van om iedereen het leven zuur te maken die enige twijfel durfde te uiten over zijn geaardheid. Dat laatste is pas echt merkwaardig als u weet dat Hoover na zijn uren graag rondliep in een rode jurk en zich bij voorkeur Mary liet noemen. Ja, de man met de figuurlijk grootste spierballen uit zijn tijd was een crossdresser. Uit officiële verslagen blijkt dat verschillende ooggetuigen hem ooit zagen rondtippelen in een jurk in het New Yorkse Plaza Hotel. Een van de getuigen, Susane Rosentiel, leverde de details: “Hij droeg een pluizige zwarte jurk, met leggings van kant, valse wimpers, hoge hakken en een zwarte pruik. Het was duidelijk geen vrouw, want je kon zien waar hij zich overal had geschoren. Ik kon maar niet geloven dat het hoofd van de FBI voor mij stond. Het was zonder twijfel Hoover.” Maar daar houdt het niet op. Hoover zou eigenlijk een homoseksuele travestiet zijn die zich niet kon verzoenen met zijn geaardheid en daarom uit frustratie zijn agenten andere homo’s liet bespionneren, omdat die zogezegd een gevaar vormden voor de democratie. Dat beweert Anthony Summers althans in zijn boek Official and Confidential: The Secret Life of J. Edgar Hoover uit 1996. The Director zou volgens Summers ook een relatie hebben gehad met zijn rechterhand bij de FBI, Clyde Tolson. Hoewel Hoover ook in het boek rondtippelt in de lobby van het Plaza, hield de pret daar volgens Summers niet op. Hij schrijft dat Hoover ook lid was van een groep homoseksuelen, bestaande uit advocaat Roy Cohn en drankbaron Lewis Rosentiel, die geregeld heuse orgieeën hield in het Plaza. Pittig detail: de mafia zou de hele tijd op de hoogte zijn geweest van Hoovers buitenissige bezigheden en gebruik hebben gemaakt van compromitterende foto’s om de FBI op afstand te houden. Hoewel critici de uitspraken van Summers met een korrel zout nemen, staat vast dat Mary – excuus, Hoover, er sowieso een apart geheim leven op nahield.
HET MEEST INSPIRERENDE
Telkens dokter Jekyll een speciaal brouwsel drinkt, komt zijn alter ego Mr. Hyde tot leven. Als monster kent hij geen beperkingen, tot Hyde de bovenhand krijgt en aan het moorden slaat. Auteur Robert Louis Stevens is voor zijn bekende verhaal over dualiteit geïnspireerd door de schot William Brodie, die in Edinburgh leefde aan het einde van de achttiende eeuw. Brodie was als vooraanstaande kastenmaker een gerespecteerd publiek figuur en ook lid van het stadsbestuur. Op jonge leeftijd wordt hij zelfs voorzitter van de Vereniging van Schrijnwerkers en Metselaars, een prestigieuze titel. Maar achter de schermen kampt Brodie met zware geldproblemen. Hij is gokverslaafd en zit diep in de schulden. Op de koop toe moet hij twee maîtresses onderhouden en elke dag vijf kindermondjes vullen. Die weten niet van elkaars bestaan, zo gewiekst is de ambachtsman wel. Met zijn rug tegen de muur beslist Brodie dat hij zijn rijke klanten zal moeten beroven. De ideale werkwijze ligt al voor de hand: als kastenmaker komt hij vaak bij de bourgeoisie over de vloer om afmetingen te maken voor prijzige meubels. Telkens hij even alleen is in de kamer, kan hij vlug een afdruk van de huissleutel maken met behulp van klei of wax. Zijn handlanger, de Engelse slotenmaker George Smith, levert de duplicaten. Het duo werkt snel en berooft vaak dezelfde avond nog de nietsvermoedende slachtoffers. Ze azen op zilverwerk, diamanten, duur textiel, horloges en verdwijnen dan opnieuw geruisloos in de nacht. Op zijn 27ste slaagt Brodie erin een banksleutel te kopiëren, waardoor hij met £800 aan de haal kan, een gigantisch bedrag in die tijd. Geld wordt zo een minder belangrijk motief, maar de ruitentikker is ondertussen al hopeloos verslingerd geraakt aan de opwinding. Hij kickt op zijn dichotome persoonlijkheid, op het feit dat hij een soort Mr. Hyde avant la lettre kan spelen. Het tweetal houdt met hun nachtelijke inbraakgolf Edinburgh bijna twintig jaar in zijn greep. Nu en dan tracht Brodie de gemoederen wel te kalmeren door de diefstallen openbaar te veroordelen en te verzekeren dat de daders zullen gevat worden. Loze beloften, want zodra de zon ondergaat, slaat het duo steeds stoutmoediger toe. Hun plunderingstocht culmineert zelfs in een gewapende overval op een belastingskantoor. Daar wordt de bende onzacht opgewacht en wordt een van Brodies nieuwe handlangers gesnapt, waarna de man beslist te getuigen tegen de rest van de groep. Brodie tracht daarom te ontsnappen naar Amerika, maar wordt in Amsterdam aangehouden en teruggebracht naar Schotland voor zijn proces. Bij de huiszoeking vindt de politie genoeg bewijsmateriaal, in de vorm van duplicaatsleutels, om zelfs vermaard defensiespecialist Jef Vermassen een ei in zijn broek te bezorgen. In 1788 wordt Brodie dan ook opgehangen, waarmee prompt een einde kwam aan zijn beide levens.