“De eerste keer in 35 jaar dat ik een vervangbus neem”
Iedere Belg associeert sinds een paar jaar treinen en gaslekken met grote rampen. De treinreizigers die gisterenavond van Antwerpen naar Leuven wilden reizen, wisten dan ook meteen hoe laat het was, toen bleek dat de afgeschafte treinen niet reden omwille van een gaslek tussen Lier en Heist-op-den-Berg. De sterretjes die nu op de plaats van de spoornummer stonden, waren als grote vraagtekens in de ogen van de grote groep pendelaars die zich onder het uurrooster had gevormd. Dit was echter nog maar het begin van de moeizame tocht huiswaarts.
“Ook de vorige trein is afgeschaft, dus dat wordt straks dringen om een zitplek te veroveren,” weet een oudere man. Zijn woorden worden door enkele jammerende jaknikkers beaamd. Als uiteindelijk, een twintigtal minuten later gepland, duidelijk wordt op welk spoor de intercity-trein aankomt, slaakt iedereen, van student tot havenarbeider, een zucht van opluchting en start het gevecht om een zitplaats.
“Opgelet: deze trein rijdt maar tot in Lier. Alle passagiers met bestemming Heist-op-den-Berg tot en met Leuven moeten in Lier afstappen, waar hen een vervangdienst door de Lijn wordt aangeboden,” weerklinkt het door de geluidsinstallatie enkele minuten voor de deuren sluiten. Twee studenten laten hun misnoegdheid meteen horen: “Dat is elke keer hetzelfde met die rottreinen.” Ze vinden echter al snel een luchtiger discussiepunt, maar hun optimisme moet een slag incasseren als toch blijkt dat de trein niet bepaald zijn topsnelheid bereikt. “Deze trein had evengoed vierkante wielen kunnen hebben,” merkt een van hen op. Niemand die hem ongelijk durft geven.
Zodra het metalen gevaarte Lier binnenreed, zette de iets snuggerdere passagier zich meteen klaar om af te stappen met het plan als eerste naar de bushalte te spurten en meteen en in een lijn richting huis te vertrekken. “We staan hier nog wel even vrees ik,” zegt Jos Aerts, na een vijftal minuten te hebben gewacht op de eerste bus, in de regen. Jos is een eenenzestigjare man met een vriendelijke glimlach die al vijfendertig jaar pendelt tussen Heist-op-den-Berg, maar hij herinnert zich vreemd genoeg geen situatie als deze, waarbij vervangbussen werden ingeroepen. Ondertussen komen ook de laatsten van de oorspronkelijke groep pendelaars aangeslenterd, een tiental kwieke bejaarden. Ze brengen de groep pendelaars, een man of honderd sterk, geregeld tot glimlachen met grappige opmerkingen. Vooral als ze hun ontgoocheling niet kunnen verbergen wanneer er na een half uur wachten nog steeds geen vervangingsbus is gearriveerd. “Allemaal duimen opsteken en liften, de volgende moet ons meepakken,” lacht een van hen. De rest van de reizigers lacht na een tijdje toch eerder groen, want het gebrek aan informatie is schrijnend, maar vergeefbaar als de vervangbussen er al waren geweest. Het wachten blijft echter duren en iemand begint op te merken tegen een collega dat “de NMBS al uren van dit probleem weet. In een grote stad als Lier moet er toch een protocol zijn voor zulk soort kwesties? Alle buschauffeurs die hier passeren, trekken grote ogen want ze zijn zo’n mensenmassa niet gewend,” merkt de grote man van een eindje in de veertig op. Het enige wat de moraal nu op peil houdt, is het feit dat iedereen in hetzelfde schuitje zit.
Wanneer de vervangbussen dan eindelijk arriveren, klaren alle gezichten op. Het is echter spitsuur en het zal nog vijfenveertig minuten duren voor de bus in Heist-op-den-Berg aankomt. Deze groep reizigers werd slecht geïnformeerd en moest lang wachten op een oplossing. Toch hebben ze het allemaal geslikt en stappen ze morgenvroeg terug op de trein, want een waardig alternatief moet nog uitgevonden worden.